Home Gezondheid Steeds meer depressieklachten bij jongere generaties Belgen.

Steeds meer depressieklachten bij jongere generaties Belgen.

Uit onderzoek van de vakgroep Sociologie van de UGent blijkt dat jongere generaties Belgen systematisch meer depressief zijn dan oudere generaties. De depressie is dus eerder een reactie op leefomstandigheden, en hangt niet zozeer onveranderlijk samen met iemands persoonlijkheid. De studie wijst er op dat de sociale omstandigheden waarin mensen opgroeien hun mentale gezondheid tijdens de rest van hun leven mee bepaalt. 

Generatieverschil versus leeftijdsverschil

Zoals al uit buitenlands onderzoek bleek, bestaan er ook in België belangrijke generatieverschillen in de rapportage van depressieve klachten. Elke jongere generatie meldt meer depressieklachten. Deze generatieverschillen mogen niet verward worden met leeftijdsverschillen: het onderzoek laat duidelijk zien dat op élke leeftijd de jongere generaties meer klachten van depressiviteit melden. Van een zogenaamd WWII- effect is geen sprake: er werd geen breuk gevonden tussen personen die voor en na deze wereldoorlog werden geboren. Er is wel sprake van een geleidelijke toename van het aantal klachten. Deze evolutie is heel geleidelijk en daarom niet direct zichtbaar. Toch kon vastgesteld worden dat de 49-jarigen van vandaag tweemaal zoveel kans op depressieve klachten hebben als de 49-jarigen van veertig jaar geleden.

Maatschappelijke oorzaken van depressie

Uit het onderzoek blijkt ook dat de schommelingen in het voorkomen van depressieve klachten in de jaren negentig relatief groot zijn. De gemoedstoestand van de meerderheid van de bevolking schommelt sterk van jaar tot jaar en is helemaal niet zo stabiel. Depressiviteit is dus eerder een reactie op leefomstandigheden is, dan onveranderlijk verbonden met de persoonlijkheid.
Meerdere studies hebben aangetoond dat, naast persoonlijke oorzaken, maatschappelijke verhoudingen –zoals discriminatie, achterstelling, interpersoonlijke conflicten en eenzaamheid– aan de basis liggen van deze psychische klachten. Als depressiviteit maatschappelijke oorzaken heeft, dat kunnen maatschappelijke veranderingen ook zorgen voor een toename of afname in depressiviteit. 

Deze studie wijst op het belang van de sociale condities waarin mensen opgroeien voor hun mentale gezondheid  tijdens de rest van hun leven. Generatiegenoten delen bepaalde ervaringen en nemen deze ervaringen mee naar mate ze ouder worden.

Voorgaand onderzoek van de vakgroep Sociologie van de UGent maakte duidelijk dat in de jaren '90 van de vorige eeuw het aantal klachten van depressiviteit in de Belgische bevolking was toegenomen. Maar het was niet duidelijk hoe deze trend verklaard moest worden. Toenames kunnen immers verklaard worden door veranderingen in de leefomstandigheden gedurende deze periode, zoals wijzigingen in de economische conjunctuur, de zogenaamde periode-effecten. Maar ook veranderingen in de omstandigheden waarin generaties opgroeien en die een blijvend effect hebben op hun levensloop -de zogenaamde generatie- of cohorte-effecten- kunnen een verklaring bieden. Een voorbeeld daarvan zijn de verschillen tussen de generatie die voor de tweede wereldoorlog opgroeide en de babyboom-generatie.

Onderzoek uit 2005 had al aangetoond dat wijzigingen in de leefomstandigheden in de jaren negentig hadden bijgedragen tot een toename van de frequentie van depressiviteit. De huidige studie ging na of generatieverschillen ook een rol hebben gespeeld.
Daarvoor werd gebruik gemaakt van informatie verzameld bij 7.000 vrouwen en mannen tussen de 25 en 74 jaar oud, die gevolgd werden gedurende een periode van 11 jaar, namelijk tussen 1992 en 2002.

Mogelijke interpretaties

Hoe komt het dat de jongere generaties meer vatbaar zijn voor depressiviteit? De onderzoekers vermoeden dat enkele maatschappelijke transformaties van belang zijn.
Ten eerste draagt de evolutie naar meer individualisme en persoonlijke verantwoordelijkheid bij tot een verhoogde vatbaarheid voor depressiviteit. De nadruk op  individueel initiatief is zo groot dat men nog moeilijk met begrenzing kan omgaan. Elk individueel gebrek aan capaciteit, zelfs in het licht van moeilijke omstandigheden, wordt als een persoonlijk falen beschouwd en maakt personen vatbaar voor machteloosheid, hulpeloosheid, hopeloosheid en voor depressiviteit.

Ook de toenemende medicalisering en therapeutisering van onze leefwereld en onze emoties vormt een groeiend maatschappelijk probleem. De grenzen tussen wat normale emoties en zeer ernstige psychische problemen zijn vervaagd. Psychotherapeutische en biomedische of psychofarmacologische omschrijvingen van ziekte en gezondheid en dus van wat in aanmerking komt voor behandeling deinen uit en kennen geen grenzen meer. Jongere generaties nemen deze zienswijzen over, samen met hun, al dan niet,  vermeende oplossingen. In die zin kan de toename van klachten van depressiviteit gezien worden als het gevolg van de medicalisering en therapeutisering van ongelukkig zijn of van gevoelens van zinloosheid.

Info

Prof. Piet Bracke
Vakgroep Sociologie UGent – Onderzoeksgroep HeDeRa-Health & Demographic Research

Marie-Christine Brault
Département de Sociologie, Université de Montréal