Home Gezondheid Darmkanker.

Darmkanker.

Definitie van darmkanker.

Darmkanker kan zowel wijzen op een kanker van de dunne darm, de dikke darm en de endeldarm. Omdat dunne darmkanker eerder zeldzaam is zal hier enkel de kanker van de dikke darm (colon) en de endeldarm (rectum) worden besproken, ook gekend als colorectale kanker.

Darmkanker is in de geïndustrialiseerde landen bij vrouwen de tweede meest voorkomende kanker (na borstkanker) en de derde bij mannen (na long- en prostaatkanker). De overleving van darmkanker is vrij laag omdat de ziekte meestal wordt gediagnosticeerd wanneer de kanker al in een vergevorderd stadium verkeerd. Preventieve maatregelen zijn dus vereist.

Symptomen van darmkanker.

Darmkanker kan zich ontwikkelen uit een darmpoliep als het DNA van de cellen in deze poliep op bepaalde plaatsen wordt beschadigd. Dit proces kan plaatsvinden over een periode van 10-20 jaar. Darmkanker is dan ook zeldzaam bij personen jonger dan 40 jaar en komt het meeste voor bij zeventig plussers.

In het beginstadium is darmkanker dikwijls asymptomatisch. Aangezien darmkanker behandelbaar is moeten volgende symptomen beschouwd worden als alarmsignalen:

        -          Wijziging van het stoelgangpatroon (afwisselend constipatie en diarree).   

        -          Bloed in de stoelgang.

        -          Vervelend gevoel in de buikstreek, eventueel gepaard met een lichte opzwelling.

        -          Hevige vermoeidheid.

        -          Sterk onverklaarbaar gewichtsverlies.

Bovenvermelde symptomen wijzen niet altijd op darmkanker maar worden het best steeds aan een arts vermeld.

Risicofactoren van darmkanker.

De meeste gevallen van darmkanker komen sporadisch aan het licht. Personen boven de 50 jaar hebben een verhoogd risico. Daarom wordt onderzocht of systematische screening op darmkanker bij vijftigplussers zinvol is. Een voorgeschiedenis van poliepen of mensen die reeds colorectale kanker hebben gehad, hebben eveneens een toegenomen risico. Ook een familiale voorgeschiedenis geeft een stijgend risico op darmkanker.

Twee-derde van de personen die darmkanker ontwikkelen hebben een chronische ontsteking van de dikke darm die gepaard gaat met zweervorming (ulceratieve colitis) of leiden aan de ziekte van Crohn.

Ongeveer één op 300 patiënten die darmkanker ontwikkelen leiden aan het syndroom van Lynch, een erfelijke aandoening die ook gekend is als het hereditair non-polyposis colorectaal carcinoom of HNPCC. Familiaire adenomateuze polyposis is een andere erfelijke aandoening die minder vaak voorkomt, waarbij patiënten frequent poliepen krijgen die tot darmtumoren kunnen evolueren. MAP (MYH-geassocieerde polyposis) is een erg zeldzame overfbare aandoeningen die eveneens gepaard gaat met het ontwikkelen van poliepen.

Omgevingsfactoren en het dieet spelen eveneens een belangrijke rol bij de ontwikkeling van darmkanker. De regelmatige inname van rood vlees, een vetrijk dieet en onvoldoende vezelinname verhogen het risico. Een sedentaire levensstijl, obesitas, diabetes mellitus, roken en een hoge alcoholconsumptie zijn eveneens risicofactoren voor het ontwikkelen van darmkanker. Het beperken van deze externe risicofactoren is vanzelfsprekend een belangrijke pijler bij de preventie van darmkanker.

Diagnose en preventie van darmkanker.

Aangezien darmkanker in een vroeg stadium vrij goed behandelbaar is, is een vroege diagnose belangrijk. Omdat darmkanker uit poliepen ontstaat kan het opsporen en verwijderen van deze poliepen er voor zorgen dat darmkanker voorkomen wordt.  Niet alle poliepen zijn kwaadaardig maar personen met een verhoogd risico op darmkanker kunnen zich het best laten screenen.

De FOBT (faeces occult blood test) is een standaardtests die gebruikt wordt om darmkanker op te sporen. Bij deze relatief goedkope en voor de patiënt weinig belastende test worden stoelgangstalen onderzocht. Er zijn verschillende methoden beschikbaar die allen als doel hebben (verborgen) bloed in de stoelgang op te sporen. Een positieve test wijst niet altijd op darmkanker maar maakt verder onderzoek noodzakelijk. Het is aangetoond tot een regelmatige screening op darmkanker met een FOBT-test de sterfte op darmkanker vermindert en kosten effectief is.

De uiteindelijke diagnose zal gesteld worden met een sigmoidoscopie of colonoscopie. Bij een sigmoidoscopie zal een endoscoop via de anus en rectum het laatste deel van de dikke darm, het sigmoïd onderzoeken. Voor het onderzoek zal het laatste deel van de dikke darm met een klysma worden leeggemaakt. De endoscoop zal ongeveer 60 cm in de darm worden gebracht en bij het terugtrekken zal de arts de darmwand onderzoeken. Bij een colonscopie wordt de volledige dikke darm onderzocht. De darmen van de patiënt moeten met laxeermiddelen volledig worden leeggemaakt en de dag van het onderzoek moet de patiënt nuchter blijven. Tijdens deze onderzoeken kunnen er reeds poliepen verwijderd worden en kan er een weefselstaal worden genomen. De biopsie van een mogelijke tumor zal de diagnose van darmkanker bevestigen.

De diagnose zal steeds gepaard gaan met bijhorende testen waaronder een screening van de borst, de buikholte en het bekken om te controleren of er uitzaaiingen van de darmkanker zijn.

Verloop van darmkanker.

Wanneer de diagnose van darmkanker wordt vastgesteld zal bepaald worden in welk stadium van de ziekte de patiënt zich bevindt. Deze onderverdeling speelt ook een belangrijke rol bij het opstellen van het behandelingsschema. Afhankelijk van de invasie van de tumor en eventuele uitzaaiingen zal de patiënt worden ondergebracht in een categorie die gelinkt wordt aan zijn overlevingskansen, de eerste vijf jaar na de diagnose. Het TNM classificatiesysteem (T: tumor, N: node of lymfeklier rond tumor, M: metastase) wordt het meest gebruikte en verdeeld de patiënten in vier stadia.

 

Stadium

 
 

Overlevingskans eerste vijf   jaar na diagnose

 
 

Progressie tumor

 
 

I

 
 

90 %

 
 

Tumor enkel in darm

 

 

 
 

II

 
 

60-85   %

 
 

Tumor door darmwand, niet in lymfeklieren

 
 

III

 
 

25-65   %

 
 

Tumor gevorderd tot in de lymfeklieren rond   darm

 
 

IV

 
 

5-7 %

 
 

Tumor verder in lichaam uitgezaaid

 

Behandeling van darmkanker.

De behandeling van darmkanker kan op verschillende manieren worden uitgevoerd en is afhankelijk van hoever de kanker is gevorderd. Meestal zullen verschillende behandelingsmethoden worden gecombineerd.Als het mogelijk is zal de tumor operatief worden verwijderd. Afhankelijk van de ernst van de darmkanker zal ook een deel van de darm of de hele dikke darm verwijderd worden. Bij personen met een erfelijke aandoening die een zeer grote kans hebben op het ontwikkelen van darmkanker wordt de dikke darm soms preventief weggenomen.

Afhankelijk van het stadium van de darmkanker zal de patiënt worden behandeld met chemotherapie, monoklonale antilichamen en/of bestralingstherapie. 

Chemotherapeutica (chemotherapie) zijn geneesmiddelen die worden toegediend om de kankercellen te vernietigen na operatie. Ze kunnen worden toegepast om de tumorgroei tegen te gaan of de symptomen van darmkanker te verminderen. Chemotherapie wordt meestal aangeraden als de tumor door de darmwand is gegroeid of er uitzaaiingen zijn naar de lymfeklieren of andere organen.

Monoklonale antilichamen zijn biologische geneesmiddelen die op specifieke plaatsen in binden en de groei van de tumor moeten afremmen. Deze worden meestal in combinatie met chemotherapie gebruikt in een ver gevorderd stadium van darmkanker.

Bij radiotherapie worden kankercellen die na de operatie kunnen overblijven gedood door krachtige straling. Radiotherapie wordt ook gebruikt om grote tumoren in omvang te doen afnemen en zo een operatie te vergemakkelijken.

Dankzij nieuwe therapieën is de kans om darmkanker te overleven de afgelopen 20 jaar verdrievoudigd.

auteur: P.G.